woensdag 14 oktober 2009

De sprookjes van Bromet

Er is één ding dat ik tot nu toe heb geleerd op de SvJ. We hebben een “ideale journalist” nodig. Iemand waar we huizenhoog tegenop kijken, met als doel om ooit maar half zo goed te worden. Een voorbeeld om ons aan vast te klampen als we verloren dreigen te gaan in massajournalistiek en concurrentiestrijd. Een held binnen het genre.

Tot voor kort had ik daar helemaal niet over nagedacht. Natuurlijk volg ik het nieuws en de actualiteiten, maar namen blijven me zelden bij. De boodschap vind ik belangrijker dan de boodschapper. Dat verklaart meteen waarom ik helemaal niets heb met Nederlands meest bejubelde interviewer, Matthijs van Nieuwkerk. Om zijn plaats in “De Wereld Draait Door” wordt hij aanbeden. Jongens willen Matthijs zijn. Meisjes willen hem hebben. Mij is het nooit gelukt een aflevering uit te zitten. Wie er te gast is doet er niet toe, uiteindelijk draait de wereld toch vooral om Matthijs zelf.

Naar Pauw en Witteman kijk ik wel graag (en niet alleen omdat ik stiekem verliefd ben op eerstgenoemde). Gevat, geïnteresseerd en goed op de hoogte waren ze lang een groot voorbeeld. Totdat ik hoorde dat hun informatie vooral door redacteuren wordt verzameld. Dag illusie, hallo teleurstelling. Ik geloofde dat Witteman eerlijk was als hij beweerde het boek van een willekeurige schrijver gelezen te hebben. Pijnlijk is de waarheid. Nu ze alleen maar vertolkers in een studio blijken te zijn, is de glans er toch een beetje af.

Hoe meer namen de revue passeren, hoe duidelijker het wordt dat ik niet in een ideaal geloof. Toch is er één persoon die in mijn gedachten blijft. Misschien geen doorsnee journalist, maar als ik van iemand iets mee wil krijgen, is het van hem. Van Frans Bromet. De documentairemaker die steeds opnieuw mijn cynische kijk op de wereld onderuit haalt en van NCRV’s “Dokument” mijn lievelingsprogramma maakt. Groot geworden door klein te blijven, het is de slogan van een niet nader te noemen bank die voor mij van toepassing is op meneer Bromet. Klein in zijn documentaires, waar hij met de fijnste stem van Nederland slechts af en toe iets vraagt en het woord vooral laat aan zijn hoofdpersonen. Iemand die door de televisie heen zo vertrouwelijk mijn huiskamer binnendruppelt dat het me steeds opnieuw ontroert. Het is geen keihard nieuws dat hij brengt, zijn werkdag bestaat ook vast niet uit het om de vijf minuten refreshen van de website van het ANP. Frans Bromet geeft iets, een glimlach, een rustpunt, een blik in een vergeten wereld. Zijn documentaires zijn cadeautjes in de hectiek van alledag.

Echte helden bestaan alleen in sprookjes, maar als ik ooit verdwaal in een groot en donker bos van nieuwsjagers en deadlines, hoop ik dat Frans Bromet me redt.

Voor de Paduaan.

vrijdag 2 oktober 2009

Gelakte nagels krabben ook.

Honden met een jas aan, schoonheidssalons voor katten, de “vermenselijking” van huisdieren is een hot item. Vooral tegenstanders laten van zich horen. De Dierenbescherming neemt zelfs een officieel standpunt in: “De eigenwaarde en natuurlijke geaardheid van het dier wordt geweld aan gedaan”.

De eigenwaarde van het dier wordt geweld aan gedaan. Ik herhaal het nog maar even. Waar mensen wordt geleerd dat eigenwaarde niets met uiterlijk van doen heeft, meent de dierenbescherming dat de eigenwaarde van een Rottweiler verloren gaat zodra hij een roze strik om heeft. Onze doorgefokte raskatten in een outfit van Louis Vuitton kunnen rechtstreeks naar de dierenpsycholoog.

Het is vreemd om van natuurlijke geaardheid te spreken als het over huisdieren gaat. Een gemiddeld huisdier heeft qua uiterlijk nog wel wat weg van zijn voorvaderen, zijn karaktereigenschappen lijken er al lang niet meer op. Bovendien is de Dierenbescherming nogal tegenstrijdig in haar uitingen. Het neutraliseren van een dier wordt (terecht) aangemoedigd, terwijl “gaat heen en vermenigvuldigt U” een natuurlijker boodschap zou zijn. Als een dier ergens zijn eigenwaarde kwijtraakt, is het op de operatietafel van de dierenarts. Hier slaat de belangenafweging door naar menselijke zijde. Begrijpelijk. Zo gaat dat soms in een wereld waar mens en dier samenleven. Krampachtig vasthouden aan het oorspronkelijk idee van welbevinden is zinloos.

Een bibberende teckel bedankt zijn baasje voor de extra vacht. Mijn hond slaapt stiekem op bed, liefst onder een deken. Het gros van de dieren dat door de schoonheidsspecialiste wordt vertroeteld is allang blij met dat beetje extra aandacht. En zijn ze dat niet, dan uiten ze dat wel. Gelakte nagels krabben ook.

Stellen dat de eigenwaarde van een dier wordt aangetast door dit idee van dierenliefde, is juist het toppunt van vermenselijking. Zolang hij kan bewegen maakt geen hond het uit wat jij hem aantrekt.
Hooguit sta je zelf voor aap.


Geschreven voor de blogwedstrijd van Humedia en de Sp!ts. Niet gewonnen, wel tevreden.