Ooit zou er een dichtbundel komen, of twee, en die zouden dan weer lang op de bestsellerslijst staan en ik er zou er beroemd mee worden binnen de scene, waarvan ik eigenlijk niet eens weet of er zoiets als een dichtersscene bestaat, maar dat maakt ook niet uit want het stokte bij deze ene poging. Oud en verjaard al haast, maar soms lees ik het nog eens en dan voelt het weer bijna als toen.
Dag.
Met mijn hoofd in de wolken en mijn voeten in het gras droomde ik van jou en mij en alles tussen zon en maan
alsof het nooit anders was en nooit meer anders zou bestaan.
Maar met mijn blik over je schouder staar ik naar wat gisteren bedacht en vandaag verleden is
maak ik nieuwe herinneringen, wil ik dansen springen zingen
fluisteren en schreeuwen wat jij toch nooit zal verstaan
omdat je eigenlijk nooit van mij (bij mij, met mij) was maar altijd net te ver bij me vandaan.
Houd ik je hand nog een keer vast en lach een laatste keer omdat
ik ook wel weet dat het niet werkt, geen jou en mij, geen wij
en draai ik me dan om, moet zeker weten dat ik niet vergis, haal mijn schouders op en ga
en vraag me af hoe het kan dat alles soms hetzelfde en toch zo veranderd is.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen