Na een lange dag vol zon en veel te lekker teveel eten is terug naar huis reizen een soort anticlimax. Late avondtreinen zijn vaak een broedplaats voor dronken studenten, herrieschoppende veertigers die ook weer eens op stap zijn geweest en voor verdwaalde reizigers, niet op het spoor maar in hun leven. Maar dit keer heb ik het geluk aan mijn zijde, de stiltecoupé is daadwerkelijk een oase van rust en op een wiegelied van ruisend donker sukkel ik langzaam in slaap. Voor even.
“Milan zzzeg ik je! Milan! AC Milan zzzeg ik!” en terwijl ik me ruw gestoord voel stapt een jongen de trein in. Je hoeft geen ervaren antropoloog te zijn om bij zijn Antilliaanse tongval een voorstelling van zijn uiterlijk te maken. Van onder naar boven scan ik hem. Gympen van een merk dat ik niet ken, maar waarvan ik aanneem dat ze ‘dope’ zijn. Wijde spijkerbroek, nog wijder T-shirt, petje van een ander onbekend maar ongetwijfeld precies goed merk. Mijn inschatting is klaar, tot ik een glimp van zijn gezicht opvang. Uit de klei getrokkener Hollands had hij niet kunnen zijn. Zijn haar is kort en blond, sproeten markeren zijn bleke gezicht. Twijfel bij mij.
Terwijl ik een poging doe om verder te slapen bedenk ik dat het toch maar raar is, die taalontwikkeling onder jongeren. Oer-Hollandse jongens en meisjes spreken alsof ze hun leven lang in de sloppen van de Antillen hebben doorgebracht en toevallig in Nederland gedropt zijn. Als fervent afluisteraar en gluurder moet die ontwikkeling nog even tot me doordringen. Het lijkt gewoon ook nogal vreemd, zo’n zzzz’ende kaaskop.
Even later schrik ik weer op. “Leverkussen, Leverkussen! Leverkussen!” Hij zegt het in een ritme dat nog het meest lijkt op Jochem Myjer’s “wakker worden, wakker worden!”. Geïrriteerd overweeg ik hem er vríendelijk op te wijzen dat dit een stíltecoupé is en dat hij zijn voetbaluitslagen maar ergens ánders de trein door moet schreeuwen. Met een ruk beweeg ik mijn hoofd omhoog, ogen op stand kalm doch ijzig, nog even een moed verzamelende blik naar buiten. Bordjes. Station Utrecht. Eindstation.
De jongen had gelijk, wakker worden, wakker worden moest ik. In het voorbijgaan grinnik ik hem bedankt en hij kijkt me aan alsof hij zeggen wil “wie is hier nou gek?”
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten